Over EBG

De Provincie Groningen en de NAM hebben in 2014 € 97,5 miljoen uitgetrokken om de economie in het aardbevingsgebied een nieuwe impuls te geven. Om dit bedrag op een goede en verantwoorde manier te besteden is de Economic Board Groningen (EBG) opgericht.

ANBI-status

Economic Board Groningen heeft een ANBI-status. ANBI staat voor Algemeen Nut Beogende Instelling. De ANBI-voorwaarden zijn met ingang van 1 januari 2014 uitgebreid met een verplichting tot het openbaar maken van diverse gegevens op internet.

RSIN/fiscaal(identificatie)nummer: 8550 05 336

Het programma van EBG heeft een totale looptijd van vijf jaar (2014 – 2018). EBG gaat niet zelf voor groei zorgen, maar anderen in de gelegenheid stellen plannen te realiseren die de economie in de regio kunnen versterken. Tot 2018 gaan we vooral investeren in:

  • De kwaliteit van het menselijk kapitaal
  • De kwaliteit van ondernemerschap
  • Een goed financieringsklimaat
  • Verbetering van de digitale bereikbaarheid
  • Versterking van krachtige sectoren, clusters en bedrijvennetwerken

Beloningsbeleid

Beloningsbeleid bestuur en Raad van Commissarissen

Het bestuur wordt gevormd door de voorzitter, de algemeen directeur en de financieel directeur. De voorzitter ontvangt een vergoeding van €40.000 per jaar. De andere 2 bestuursleden hebben een fulltime dienstverband bij de stichting en vallen onder het beloningsbeleid voor medewerkers.

De voorzitter van de Raad van Commissarissen ontvangt op jaarbasis een vergoeding van € 1.250, de leden ontvangen een vergoeding van € 1.000 per jaar. Gemaakte onkosten worden op declaratiebasis vergoed, waarbij reiskosten worden geacht uit de vaste vergoeding te worden betaald.

De bestuurdersbeloningen en de vergoeding voor de leden van de Raad van Commissarissen vallen binnen het kader van de Wet Normering Topinkomens, waaraan de stichting zich statutair heeft gecommitteerd.

Beloningsbeleid medewerkers

Het beloningsbeleid voor medewerkers van de Stichting Economic Board Groningen heeft zijn oorsprong in de CAO van de rijksoverheid. Er is sprake van een 40-urige werkweek, 8% vakantietoeslag, 25 vakantiedagen, een pensioen op basis van beschikbare premie en een bijdrage in de pensioenpremie waardoor deze deels door de werkgever wordt gecompenseerd. De salarissen worden geïndexeerd met de CBS-loonindex, met als minimum de inflatie.